Opruimen is niet echt mijn ding. Een opgeruimd huis wel. Je kunt je voorstellen dat dat wringt, zo af en toe. Als je een beetje netjes bent, zoals ik, en meteen alles opbergt, blijft het allemaal behoorlijk opgeruimd. Kasten zijn prachtige uitvindingen. Maar er komt een moment dat er geen ontkomen meer aan is. Als kasten vol raken. Ongelofelijk hoe makkelijk je zo veel spullen kunt verzamelen.
Het probleem met opruimen is niet de frequentie, ik probeer me te beperken tot eenmaal per jaar. Het probleem is de tijd. Aan alle spullen zit een verhaal. Hoe ze zijn gemaakt, gekocht, gekregen of verkregen. Wat er allemaal mee is gebeurd. Als ik begin met opruimen sta ik bij ieder voorwerp stil bij dat alles. Herinneringen, fijn of minder fijn, nostalgie, gevolgd door een grote twijfel. Is dit niet te kostbaar voor mij? Kan ik dit wel wegdoen? Die vale oranje vogel, die mij als kind gezelschap hield in de nacht. Zo veel momenten hebben we samen gedeeld. Deze knuffel heb ik al zo lang, deze heb ik al zo vaak in mijn handen gehad, dit is een blijvertje. Een vriendenboekje van mijn basisschooltijd. Die zijn bedoelt om te herinneren. Ik ben verplicht dit te bewaren.
Ik besef mij terdege dat als ik niets of te weinig weg doe, ik vrij snel weer een sessie opruimen moet inplannen. Dat ik weer al die spullen door mijn handen moet laten gaan. En dat wil ik graag voorkomen. Aan de slag dan maar. Streng zijn. De afvalzak heb ik al klaargezet.
Ik kom gelukkig genoeg echte rotzooi tegen. Als ik eerlijk ben, snap ik niet waarom ik dit ooit in de kast gelegd heb. Informatiebrieven van de verzekeraar en pensioen. Die krijg je tegenwoordig ook digitaal, weg ermee. Verschillende tijdschriften, die ik volgens mij nog niet allemaal heb gelezen. Ik blader snel door de eerste heen. Misschien nog wel waard om zo nog in te kijken. De stapel buurtblaadjes vind ik minder interessant en doe ik weg. Oud nieuws. Een lelijke blauwe vaas met geschilderde bloemen. Gekregen van mijn tante voor mijn verjaardag. Ik denk dat het al weer 2 jaar geleden was. Ik geloof dat ik hem al eens op tafel had gezet als waardering voor haar. Misschien kan ik deze nu met goed fatsoen wegdoen? Aan de andere kant, ik heb niet veel vazen in huis. Ook al is deze niet zo mooi, hij is wel functioneel. Ik twijfel. De kleur is een plus, de vloekende kleuren van de bloemen zijn minder. Ik schuif de vaas aan de kant, daar moet ik nog even over nadenken. Snoeren en opladers. Ze zien er nog goed uit, maar waar waren ze ook al weer voor bedoeld? De oplader waarvan de kabel half loshangt gooi ik weg. Souvenirs van vakantie! Grappige houten sleutelhangers van gekko’s uit Brazilië, waarom liggen die hier te verstoffen? Ik heb nog een fietssleutel waar niets aanhangt. Vlug loop ik naar de schuur om die sleutel op te halen. Het is even pielen, maar dan zit hij eraan! Tevreden loop ik terug om hem weer netjes terug aan de fiets te hangen.
Oke, ik moet weer verder. Dit is pas de eerste kast die ik onder handen neem. Ik zucht. Gelukkig is deze kast bijna leeg. Onderin de kast ligt een stapel papier. Knutselwerkjes van de kinderen en kleinkinderen. Die bewaar ik. Een aantal brieven, waaronder officiële berichten van de GGD en zo, die kunnen wel weg denk ik. Enveloppen met foto’s. Wat waren ze toch lief en klein! Wanneer ik alle foto’s heb bekeken en heb terug gestopt, heb ik ineens een dichte envelop vast. Er zit een postzegel op die niet is afgestempeld. Allicht, er staat ook alleen een naam op: Pieter. Hij ziet er oud uit. Gek. Ik kan me deze niet herinneren. De envelop is dichtgemaakt, maar de lijm laag is oud en laat al een beetje los. Als ik voorzichtig een hoekje vastpak, opent de flap bijna vanzelf met een lichte kraak. Nou ja, dan kan ik net zo goed naar de inhoud kijken. Voorzichtig haal ik de brief eruit. Ik schrik.
‘Stome eikel! Hoe durf je aan mijn spulen te zitten!’
Dan lach ik en ontspan. Dat is natuurlijk niet voor mij bedoeld, maar voor ‘Pieter’.
Ik lees verder.
‘Je ben niet meer mij vriend. Je hed mijn auto stuk gemaakt!
Ik haat je! KUTKOP! Ik hed straf gekreegen. Dat is niet eerlek!
Je moet geld betaalen. NU! 500 gulden.
Doei. Mark.’
Wat een taal! Ik moet gniffelen, het handschrift is kinderlijk schattig met hanenpoten en schrijffouten. Ik zie mijn kleine Mark voor me schreeuwen en tieren met een rood hoofd. Hij was altijd wat opvliegend. Dan begint me iets te dagen. Was Pieter niet een vriend van Mark vroeger? Die jongen die verhuist was?
Die auto kan ik me ook herinneren. Het was een hele mooie bestuurbare auto die hij van Sinterklaas had gekregen. Die had hij al na 2 weken stuk gemaakt. Daar heeft hij inderdaad straf voor gekregen.
Mark komt aankomend weekend eten met zijn gezin. Ik zal hem de brief geven en hem sorry zeggen voor die oneerlijke straf. En hem wijzen op zijn taalgebruik! Ja, de huisarrest die hij had gekregen was heel gepast als straf voor die taal!
Maar nu eerst nog de rest van de kasten uitmesten. Pfff….
Log in om te reageren
Dag Judith, herkenbaar onderwerp :D (niet van de brief, het probleem met opruimen :p). Leuk gegeven van die brief :D. ** Ik moet zeggen dat het begin van het verhaal meer als een column las dan als een verhaal. Eigenlijk gebeurt er niets (als je het zou filmen). Maar goed, dan alsnog een leuke col...
Als jij Mark op zijn fouten gaat wijzen, wijs ik op die van jouw, Judith: bedoelt--->bedoeld de huisarrest--->het huisarrest Verder een aangenaam opruimverhaaltje en een leuk briefje.
Oef, touché! Verwarring alom rond huisarrest. Maar ik zie toch ook 'de' staan ;) https://deofhet.expert/huisarrest https://www.welklidwoord.nl/huisarrest