'Fuck!'
De schreeuw galmde door mijn woonkamer.
'Waarom?'
Ook dat schreeuwde ik uit.
De dag was zo goed begonnen. De huismerel had zo vrolijk gefloten vanaf het dak van het schuurtje. In de blauwe lucht was de ochtendzon vol goede moed boven de horizon uitgeklommen. Ik had geduldig gekeken hoe de maan vervaagde. En, vooral, hoe het gigantische ruimteschip dat ernaast hing ook door het zonlicht werd verdrongen. De dreigende bol, bijna net zo groot als de maan, was verdwenen alsof het een verzinsel van de sterrennacht was geweest.
Die illusie was bij deze verbroken.
Op mijn eiken eettafel lag een envelop. Dé envelop. De geelgroene randen en het karakteristieke alien-gezicht van de Terial was onmiskenbaar.
De moed zakte me in de schoenen. Ik keek rond voor sporen van inbraak, maar wist dat die er niet zouden zijn.
Langzaam, als een veroordeelde naar de galg, liep ik naar de envelop toe. Mijn lichaam verkrampte toen ik de tekst zag op de buitenkant.
Daan Verhoeven
Brederolaan 25A
Breda
Ja, dat was ik. Ik had weleens gehoord dat er brieven waren die verkeerd geadresseerd waren geweest. Dat kon ook een urban myth zijn.
Ik wilde hem niet omdraaien. Misselijkheid borrelde in mijn maag bij het idee alleen al. Maar ik wist dat ik het uiteindelijk zou doen. Mijn hand reikte naar de envelop.
De trap kraakte.
'Waar blijft dat eitje?'
Ze sjokte nonchalant naar beneden.
‘Ik ga het zo maken!’ zei ik.
Ze daalde verder de trap af, terwijl ze haar blonde haar in een paardenstaart deed. Haar sterke schouders waren ontbloot in haar topje. Haar lange benen waren gebruind van het beachvolleybal. Je kon haar sportoutfit nog onderscheiden in zongebruinde huid versus bleke huid.
Ik kon haar niet negeren. Ik kon ook de brief niet negeren.
Ze liep langs me naar de keuken.
‘Er staat nog niet eens een pan klaar! Je bent toch niet zo’n man die de nacht tevoren beloofd een eitje te maken, en dan vervolgens de volgende dag een nietsnut blijkt te zijn?’
Ik wist niet wat ik daarop moest zeggen. Ik moest weten wie er op het retouradres van de envelop stond.
De kamer verdween om mij heen. Voor mij was er alleen die envelop. Die vreselijke envelop die mijn leven of misschien wel mijn ziel zou kunnen pakken. Mijn brein ging razendsnel alle regels af. Als ik de brief niet binnen vijf dagen zou versturen, zou ik sterven aan een hartaanval. De enige manier om daaraan te ontkomen was door mijn eigen naam en adres door te strepen en de brief terug in de brievenbus te gooien. De brief zou dan bezorgd worden bij het retouradres; klein geschreven op de achterkant van de envelop. Daar zou dan de dood plaatsvinden, bij de nietsvermoedende ontvanger.
‘Hallo?’ vroeg ze.
Ik draaide me om en glimlachte breed. ‘Ik ga zo aan de slag, echt.’
‘Wat verberg je daar?’
Met haar ogen samengeknepen cirkelde ze om mij heen. Ik draaide met haar mee.
Nooit stond op de achterkant de naam van een misdadiger, of één of andere pedofiel. Nee, natuurlijk niet. Die fuckers in hun sterrenschip maakten het zo makkelijk niet. De kranten stonden vol met verhalen van mensen die hadden moeten kiezen tussen henzelf of hun moeder, één van hun kinderen, hun beste vriend, de nierdonor die hun leven had gered…
Ze sprong opzij. Ze zag het.
Schuldbewust, alsof ik hem er zelf neer had gelegd, stapte ik opzij. Haar geschrokken blik en haar hand voor de mond maakte het nog meer een realiteit. Ik zakte neer op een stoel.
‘Ja,’ zei ik.
‘Heb je al op de achterkant gekeken?’
Ik schudde mijn hoofd.
Met een onvoorstelbare snelheid pakte ze de envelop. Dat had ik niet verwacht. Ze draaide hem om. Ik verstijfde.
Ze zei niets, maar haar trillende hand en blik tussen mij, envelop, mij, envelop, verraadde al wie mijn levenstegenhanger was.
‘Wie is het?’ vroeg ik, misschien wel om tijd te rekken.
Ze wankelde naar achteren, nog steeds met die brief in haar handen. Opeens echter vermande ze zich. Ze pakte de brief met twee handen vast en zette kracht. Het papier ritselde.
'Wow, wow, wow!' riep ik en schoot voorbij. Net op tijd griste ik de envelop uit haar handen. 'Wou je me vermoorden ofzo?'
'Wou jij mij vermoorden?'
Op de achterkant stond, zoals ik ergens al had verwacht:
Eva van Loon
Koningin Wilhelminalaan 7
Eindhoven
‘Laten we even kalm blijven,’ zei ik met een overslaande stem. ‘Ik heb nog niets besloten.’
‘Hoezo jij?’ vroeg ze. ‘Is dit niet iets dat we samen beslissen?’
Het leek me geen goed idee om hier te gaan beargumenteren dat de ontvanger beslist. Er waren überhaupt weinig andere duidelijke regels. De buitenaardse wezens – de Terials – hadden verder niets gecommuniceerd. Ze hingen daar al drie jaar naast de maan zonder iets te ondernemen, behalve die brieven dus.
‘Oké, heb jij een voorstel hoe we dit kunnen doen dan?’ vroeg ik. Dit was ook een manier om tijd te rekken. Ik had zelf geen idee. Wat moest ik doen?
Ze schudde haar hoofd.
Zo stonden we daar in stilte.
Opeens begon ze te snikken. Dikke tranen rolden over haar wangen.
‘Ja, het is vreselijk dat die Terials dit doen,’ zei ik.
‘Nee, ik moest aan iets anders denken,’ zei ze.
‘Wat dan?’
‘Aan mijn moeder. Ik mantelzorg voor mijn moeder.’
‘Die demente?’
Haar gezicht vertrok. ‘Ja, hoeveel moeders denk je dat ik heb?’
‘Ik heb een bedrijf.’
‘In supplementen en creatine!’
‘Ja dus? Mensen zijn gek op de vanillesmaak.’
‘Alsof dat gaat boven mensenlevens!’
Ik tikte met mijn voeten op de grond. Wat wilde de Terials van me? Waarom stuurden ze überhaupt die brieven? Probeerden ze ons tegen elkaar op te zetten? Probeerden ze een bepaald type mensen over te houden? Of zaten ze met ons te fucken, omdat het kan, voor hun eigen vermaak? Misschien hadden ze wel televisieshows…
Ze liep naar de keuken, pakte een glas en schonk wat water in voor zichzelf. Ze dronk niet.
‘Misschien kunnen we eronderuit. Misschien kan je hem wel op de post doen, maar mijn adres onleesbaar maken.’
Ik glimlachte. Het was een sympathieke poging. ‘Nee. Niets helpt. De kans dat een postbode sterft is bijna nul. Alleen als ze bewust een brief niet bezorgen schijnen ze gepakt te worden.’
‘Ik bedoelde niet de dood in de schoenen van de postbode te schuiven! Ik bedoel… naja, ik weet het ook niet.’ Ze klokte het glas achterover en keek me vastberaden aan. Opeens sloeg ze op het keukenblad met haar vuist. ‘Hoor jij niet gewoon als man je verantwoordelijkheid te nemen?’
Ze schreeuwde het bijna.
Ze was in paniek aan het raken. Ik deed een stap achteruit.
Misschien had ze wel een punt; dat ik de brief zou moeten houden. Ze klonk echt als een goed mens. Niet alleen vanwege de zorg voor haar moeder, of het feit dat ik gisteravond onderop mocht en nauwelijks iets hoefde te doen. Ze had me ook nog eens verteld dat ze naast het beachvolleybal 24 uur per week als vrijwillig buurtsportcoach bij de gemeente werkte met kinderen uit kansarme gezinnen.
Maarja… om daarvoor nou dood te gaan.
Er volgde een standoff zonder dat het officieel een standoff was. Ik denk dat we allebei onze overwegingen maakten. Wat konden we nog zeggen?
Opnieuw was zij het die de stilte verbrak.
‘Dus ik kan je niet overtuigen?’ vroeg ze. Haar schouders waren gezakt in een soort overgave.
‘Ik heb tijd nodig om na te denken,’ antwoordde ik.
Ze zette haar lege glas neer naast het messenblok. Haar hand bleef rusten naast de bodem van het glas. Ze had dezelfde blik die ze op het strand had gehad toen ze 5 – 11 achterstonden. Die wedstrijd hadden ze uiteindelijk gewonnen.
Ik stapte verder achteruit, richting de voordeur.
Ze schoot naar voren met een vleesmes in haar handen. Ik draaide me om en sprintte. Ze was sneller. Ze haalde uit. Ze was daadwerkelijk een goed mens, want ze stak aanvankelijk niet richting mijn benen of nek. Ze mikte op de brief.
Met één hand hield ik de brief in de lucht, met een andere opende ik de voordeur. Een scherpe pijn stak in mijn rug. Blijkbaar had ze nu eieren voor haar geld gekozen. Maar de adrenaline hield me overeind. Bloedend rende ik weg; sneller dan zij. Gelukkig ben ik altijd fan van cardio geweest. Ik liet haar schreeuwend achter in de verte.
Ik boekte een Van der Valk hotel. Ik durfde niet haar huis om haar nog een kans te geven haar gemiste poging af te maken.
Met een whisky in mijn hand overdacht ik mijn zonden. Het ijs rinkelde. Er waren ook mensen die dachten dat de Terials hun slachtoffers een les probeerden te lezen. Zou ik minder moeten daten? Misschien… Mijn hele familie leefde nog, maar als het op Tinder-ontmoetingen aankwam. Tsja… Ik liet het ijs opnieuw rinkelen. Het zou me ook elke keer niet meer zo moeten verbazen. Dit was wel al mijn vierentwintigste brief dit jaar…
Log in om te reageren
Grappig verhaal. Interessante wending. Als ik eerlijk ben, vind ik de moordpoging met het mes wat uit de lucht komen vallen. Een moord lijkt me toch wat anders dan een brief van buitenaardse wezens ontvangen. Ze heeft toch alleen de brief nodig? Misschien was een wilde achtervolging met een worsteli...
Dank je! Ik ga erover nadenken. Het was een "worsteling" voor mij om het binnen die 1500 woorden te houden. Sommige regels zijn daarbij gesneuveld. Als de verzender sterft voordat de brief is aangekomen bij de ander, wordt de ander gered. Ik ga even kijken hoe ik dat op kan lossen.
Hoewel ik vrijwel niets met het genre sf heb, nodigde het verhaal me 'dwingend' uit verder te lezen. Spanning, humor en een sterk slot. Leuk hoor!
Originele vondst, die aliens en hun brieven. Leuk verhaal, leest lekker. De twist op het eind is goed, had ik niet zien aankomen. Bij een tweede keer lezen vroeg ik me wel af waarom de hp in het begin zo geschokt is door die brief terwijl later blijkt dat hij ze om de haverklap krijg en al zijn Tin...
Ja, daar zou ik wat meer ruimte voor moeten nemen. Hij verandert niet, dus hij blijft het doen, maar de schok is nu wellicht teveel alsof hij de brief voor het eerst ziet. Het is meer een "alweer! Oh nee, het zal toch niet?". Ik ga even nadenken over de gemoedstoestand van de hoofdpersoon gedurende ...
Zoals Edwin aangaf klopt het slot niet met het begin, maar verder een origineel bedachte story.
Dank je Gi! Ja, je hebt gelijk. Ik heb het in ieder geval een beetje proberen aan te passen nu. Later ga ik misschien nog echt de boel omgooien.