De postzakken lagen er verloren bij, de stempeldrukmachine liet zijn tsjomptsjomp geluid niet horen en de warmte die normaal van de sorteerder afkwam was waarschijnlijk al ruim een uur afwezig. Ik moet ze hebben verrast met mijn vroege terugkomst. Daar stond ik dan met mijn lege tas in een verlaten ruimte.
Terwijl een aantal mensen binnen druppelden om poolshoogte te nemen, was ik al volop bezig met nieuwe post te verzamelen.
‘Niet aankomen!’ krijste een vrouw door de hal.
Ze droeg een grijs pak en had de schorre stem van een dagelijks pakje shag.
Ik liet de envelop die ik bestudeerde direct uit mijn handen vallen.
‘Wie heeft jou ingewerkt?’ vroeg ze.
‘Ik ben een stagiair via het uitzendbureau,’ antwoordde ik.
Ze griste de envelop van de grond en plaatste hem terug onder de stapel.
‘Doe dit nooit meer, begrepen?’
Er was iets van een trilling in haar stem die me angstig maakte voor een ontploffing van haar stemming.
Ik knikte, ook al wist ik niet precies wat er mis was gegaan.
Ik maakte mijn ochtend af en collega’s waren vol lof over mijn prestatie. Ze spraken over ‘de stapel’, dat die al voor de middag leeg was, en dat een stagiair dit nooit eerder had bereikt. Maar de envelop die de vrouw van mij wegkraste, die ligt nog steeds alleen op die "stapel", en daarover repte niemand een woord.
Die middag dronk ik voor het eerst koffie in plaats van thee. Ik leutte volop mee met de anderen. Tussen gesprekken en gelach over voetbal en politiek, vielen mij fluisterende stemmen op.
‘Heeft hij ook de brief bezorgd?’
Ik zweeg en keek de hal in naar de plek waar deze lag.
De volgende ochtend was de ruimte als een drukke mierenhoop. Iedereen liep door elkaar heen. Iemand had mij moeten helpen, maar niemand wachtte mij op. Ik liep naar de stapel. De envelop van gisteren was er nog steeds, maar nu lag er weer een échte stapel bovenop. De envelop stak er met een klein puntje onderuit. Het leek wel expres. Alsof de envelop mij toelachte 'mij kun je lekker toch niet pakken'. Ik vond het appart dat de mensen hier die brief niet bezorgden. Elke brief is bedoeld om gelezen te worden. Ik keek om me heen. Er was niemand die mij in de gaten hield. Met mijn hand ging ik onopvallend langs de stapel en trok de envelop snel weg en deed hem in mijn tas.
‘Wegblijven daar!’ klonk het door de ruimte, met die stem die mij inmiddels bekend was. In een ogenblik stond ze voor me. Mijn tas hing als lood om mijn schouder. Ik wist eigenlijk niet of zij hier een soort baas was, maar ze gedroeg zich wel zo. 'Niet zo lanterfanten, het is druk vandaag,' zei ze. Haar wangen begonnen trots te glimmen terwijl ze het zei. Met een uitgestrekte vinger wees ze me de weg naar de grote brievenbakken. Ik boog mijn hoofd en droop af.
Ik nam een van de pakketjes brieven uit de bakken voor in mijn tas. Terwijl ik dat deed hoorde ik het geklaag van de vrouw tegen de postleider. Het leek subtiel, maar het was duidelijk hard genoeg dat ik het ook kon horen.
Ik probeerde de gesprekken bij de koffiemachine te vermijden en vluchtte naar buiten om direct mijn dienstronde te maken. Binnen een uur had ik het pakket al weggewerkt, maar ik besloot om niet terug te gaan naar het kantoor. Het zou daar toch weer leeg zijn. Ik ging naar het park en nam die ene envelop uit mijn tas.
Het papier voelde kruimelig en het wit was vergeeld. Het adres was vervaagd en vrijwel verdwenen. Een gestempelde postzegel zat in de hoek, maar met een code die al jaren oud moet zijn. Ik keek aandachtig vanuit alle hoeken maar zag geen enkel ander teken van duidelijkheid. Het was gesloten.
Langs de omgevouwen flap zag ik echter een kleine opening. Met mijn pink stak ik erin om het te openen. Het papier scheurde lastig maar gaf een aangenaam geluid. Ik hoorde opeens alle aanwezigheid van de mensen om me heen. Een gekuch linksvoor me, een voetbal die achter me heen en weer wordt geschopt.
De mensen… daar zag ik haar. Ze was ook in dit park; in haar grijze pak en met sigaret in de mond. Ze ontknoopte haar nette jas en ging liggen op het gras. Ze nam een trek van haar sigaret en blies in een lange adem een rookwolk uit. Ze was rustig en zonder die botte stem.
Ik spiekte heel even naar binnen in de brief, en las de eerste regels op een roze bloemetjes papier. Toen keek ik weer naar hoe ze daar lag. De brief was mooi, maar al lang opgesloten in een envelop. Alleen ik zag een klein stukje van binnen, misschien is dat wel genoeg. Ik stopte hem terug in mijn tas en ging verder met mijn ronde.
Log in om te reageren
Beste Tinus, Dank. Ik kan het aardige verhaal heel goed volgen, tot de laatste twee alinea's. Daar laat mijn fantasie mij in de steek. Ik begrijp dat de brief leidde tot hallucinaties maar waarom de brief dan nog zo'n functie had op het kantoor ontgaat mij volledig, net als de rol van de vrouw die ...
Het huidige verhaal is heel erg uit de losse pols geschreven maar ik ben er al blij mee. Ik denk dat ik er nog een middenstuk aan moet toevoegen waarbij de vrouw iets meer ontwikkelt en de spanning omtrent de brief iets meer oploopt. In het ideale geval gaan de vrouw op de werkvloer en de brief ...
Hoi Tinus, Spannend verhaal! Het is een mooi gegeven dat van die vrouw de brief de hele tijd onderop de stapel moet blijven liggen, en ze dit ook met kracht verdedigt. Het maakte me erg nieuwsgierig. Het effect dat het op de uitzendkracht-postbode heeft is ook boeiend! Ik hou van verhalen waar één ...
Dank voor je commentaar. Die tweede keer de brief meenemen is inderdaad iets té gemakkelijk. Daar zit ik zelf ook nog over na te denken om daar iets aan toe te voegen. In ieder geval iets van motivatie bij de hoofdpersoon om de biref sowieso mee te nemen. Ik zit nu aan perfectionisme en frustrat...
Oh! Weer wat geleerd! Ik hamer er steeds op dat het altijd enkelvoud moet zijn, maar blijkbaar is dat dus helemaal niet zo! Woeps!